Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 december 2020
Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 4 december 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 december 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1230.
Indien de toepassingsvoorwaarden van art. 6:101 lid 1 BW zijn vervuld, dient de rechter de wederzijdse causaliteit en, in voorkomend geval, aan de billijkheid te toetsen. De rechter dient in de motivering van zijn oordeel over de vermindering van de vergoedingsplicht voldoende duidelijk tot uitdrukking te brengen dat hij de door art. 6:101 lid 1 BW voorgeschreven causaliteitsafweging heeft verricht, of, en zo ja in hoeverre, hij de in die bepaling bedoelde billijkheidscorrectie heeft toegepast, en in dat laatste verband op welke wijze hij de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten en de overige omstandigheden van het geval in zijn oordeelsvorming heeft betrokken. Of de gegeven motivering voldoende inzichtelijk is, hangt mede af van hetgeen partijen in dit verband hebben aangevoerd. Verder geldt dat zowel de causaliteitsafweging als de eventuele toepassing van de billijkheidscorrectie is verweven met waarderingen van feitelijke aard en in belangrijke mate berust op intuïtieve inzichten, zodat aan de desbetreffende oordelen slechts beperkte motiveringseisen kunnen worden gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32bfbd4e0ff5ea5a134ecbd37583a6ad7ddf1af25f678c2584a7739d3c0c5828. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32bfbd4e0ff5ea5a134ecbd37583a6ad7ddf1af25f678c2584a7739d3c0c5828, en de alinea staat in dat document op bytes 42745 tot 43920.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32bfbd4e0ff5ea5a134ecbd37583a6ad7ddf1af25f678c2584a7739d3c0c5828 | shasum -a 256