Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 december 2020

Onder 3.18.2 Parket bij de Hoge Raad 4 december 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 december 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1230.

Zo volgt in verband met de eigen verantwoordelijkheid van de klant, uit de rechtspraak van de Hoge Raad dat een wederpartij van de bank die een financieel product of een financiële dienst aanschaft zonder daarover specifieke deskundigheid te hebben, zich redelijke inspanningen moet getroosten om te voorkomen dat zij onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken contracteert. Van haar mag daarom in ieder geval worden verlangd dat zij kennisneemt van de inhoud van de overeenkomst en van voorafgaand aan het sluiten daarvan verstrekte brochures en andere schriftelijke informatie, en dat zij deze stukken aandachtig en met de nodige oplettendheid bestudeert. Ook mag van haar worden verlangd dat zij aandachtig kennisneemt van een eventuele mondelinge toelichting. Indien de genoemde stukken, ook na een eventuele mondelinge toelichting, onduidelijkheden bevatten, mag van haar worden verlangd dat zij daarover vragen stelt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32bfbd4e0ff5ea5a134ecbd37583a6ad7ddf1af25f678c2584a7739d3c0c5828. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32bfbd4e0ff5ea5a134ecbd37583a6ad7ddf1af25f678c2584a7739d3c0c5828, en de alinea staat in dat document op bytes 57891 tot 58903.