Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 december 2020

Onder 4.7 Parket bij de Hoge Raad 4 december 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 december 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1230.

De koppeling van de looptijd van de in de hypothetische situatie afgesloten rentederivaten met de werkelijke looptijd van de SNS-faciliteit zou volgens Rabobank in twee fasen zijn gebeurd − een in 2008 afgesloten eerste participating cap met een looptijd tot 1 september 2010 en een rentetarief van 5,13%, gevolgd door een in 2010 afgesloten tweede participating cap met een looptijd tot juli 2012 en een rentetarief van 1,91% − steeds op basis van de op dat moment, in 2008 respectievelijk in 2010, beschikbare informatie over onder meer de looptijd van de SNS-faciliteit. Volgens Rabobank zou de schade in de periode 1 september 2010 tot 1 oktober 2012 in redelijkheid niet op grond van art. 6:98 BW toegerekend kunnen worden, maar dit verweer is door het hof in rov. 2.6 van het eindarrest – in cassatie onbestreden − verworpen. Zou het hof het standpunt van Rabobank dat twee derivaten zouden zijn afgesloten, hebben gevolgd, dan zou het hof nog uitgangspunten hebben moeten formuleren voor de schadebegroting voor de periode van 1 juli 2012 (de einddatum van het tweede rentederivaat volgens Rabobank) tot 1 oktober 2012 (het einde van de relevante periode volgens het hof).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32bfbd4e0ff5ea5a134ecbd37583a6ad7ddf1af25f678c2584a7739d3c0c5828. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32bfbd4e0ff5ea5a134ecbd37583a6ad7ddf1af25f678c2584a7739d3c0c5828, en de alinea staat in dat document op bytes 92264 tot 93598.