Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 december 2020
Alinea 175 Parket bij de Hoge Raad 15 december 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 december 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1264.
33. Uit de parlementaire behandeling van de Wet van 6 december 2001, Stb . 584 blijkt inderdaad niet expliciet dat de wetgever op dit punt met eerdere rechtspraak wilde breken. In de wettelijke systematiek die deze wet creëerde, is deze rechtspraak evenwel een stuk lastiger in te passen. Art. 427, eerste lid, Sv bepaalde voordien dat het OM en de verdachte ‘overeenkomstig de Wet op de rechterlijke organisatie’ beroep in cassatie konden instellen ‘tegen de vonnissen of arresten als uitspraak gegeven’. Dat tegen een vonnis gewoonlijk geen cassatie openstond, vloeide – slechts – voort uit de regel dat een partij geen beroep in cassatie kan instellen ‘indien voor haar een ander gewoon rechtsmiddel openstaat of heeft opengestaan’ (zie thans art. 78, zesde lid, RO). En die regel ging niet op bij een vonnis waarin de verdachte van het tenlastegelegde was vrijgesproken doch wel een voorwerp was onttrokken aan het verkeer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11f473edee16fc2822821b53035fe8ccff1b799cde3327a9ae69b0de66eeebfa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11f473edee16fc2822821b53035fe8ccff1b799cde3327a9ae69b0de66eeebfa, en de alinea staat in dat document op bytes 69876 tot 70931.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/11f473edee16fc2822821b53035fe8ccff1b799cde3327a9ae69b0de66eeebfa | shasum -a 256