Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2020
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:131.
17. Het voorgaande neemt niet weg dat de ontnemingsrechter bij het vaststellen van de omvang van het voordeel dat de betrokkene daadwerkelijk wederrechtelijk heeft verkregen uitdrukkelijk (en zo nodig gemotiveerd ) zal moeten bepalen welk deel van het saldo van de gezamenlijke kasopstelling aan de betrokkene kan worden toegerekend, behoudens indien de ontnemingsrechter bij wijze van hoge uitzondering op de voet van het thans geldende artikel 36e lid 7 Sr reden ziet voor een hoofdelijke aansprakelijkheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c0cb6cb7425746d329be56c8595f4677a6a2018db813bcfe95aa317e1534e8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c0cb6cb7425746d329be56c8595f4677a6a2018db813bcfe95aa317e1534e8a, en de alinea staat in dat document op bytes 13352 tot 14042.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7c0cb6cb7425746d329be56c8595f4677a6a2018db813bcfe95aa317e1534e8a | shasum -a 256