Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020
Onder 3.24 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:141.
Daarna is het hof, nog steeds in rov. 3.9., alsnog ingegaan op de stellingen die [eiser] in haar toelichting op grief 7 heeft ingenomen. Het hof heeft overwogen dat deze stellingen een (in hoger beroep ingediende) voorwaardelijke wijziging van eis opleveren. Van een ‘in hoger beroep ingediende wijziging van eis’ is sprake, omdat [eiser] in hoger beroep toch aan haar vordering ten grondslag heeft willen leggen dat [verweerster 2] onjuiste jaarstukken heeft opgemaakt en onjuiste aangiften vennootschapsbelasting heeft gedaan. Het gaat om een ‘voorwaardelijke’ (wijziging van) eis, omdat [eiser] heeft gesteld dat als het standpunt van [verweerster 2] , inhoudende dat het opnemen van een herinvesteringsreserve in strijd zou zijn met het bepaalde in art.12a Wet Vpb, juist zou zijn, [verweerster 2] dan op grond van het opstellen van de (dus) onjuiste jaarstukken en het doen van onjuiste aangiften, aansprakelijk zou zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3, en de alinea staat in dat document op bytes 74545 tot 75632.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3 | shasum -a 256