Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020
Onder 3.30 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:141.
Onder I klaagt subonderdeel 2.2.3 dat het hof heeft miskend dat het in casu als quasi belastingrechter had moeten oordelen aan de hand van alles wat [A] BV had kunnen aanvoeren tegen het besluit van de Inspecteur, waarbij – naar mag worden aangenomen – zij in staat zou zijn gesteld om bewijs te leveren van haar voortdurende herinvesteringsvoornemen met alle middelen rechtens, waaronder het horen van getuigen. Volgens het subonderdeel getuigt het aldus van een onjuiste rechtsopvatting om vergaande consequenties te verbinden aan het niet overleggen van de brief van 7 oktober 2010 en niet – zoals in de belastingprocedure wel aan de orde zou zijn geweest – de voorgestelde getuigen te horen omtrent het feit dat er bij voortduring is gezocht naar geschikte beleggingsobjecten. Aldus, zo gaat de klacht van subonderdeel 2.2.3 onder I verder, getuigt het ook van een onjuiste rechtsopvatting dat voor de bewijslevering verder niet van belang zou zijn dat er daadwerkelijk binnen de periode (van drie jaar) tot herinvestering is overgegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3, en de alinea staat in dat document op bytes 78605 tot 79823.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3 | shasum -a 256