Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020
Onder 3.33 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:141.
Mijns inziens heeft het hof de betreffende gevolgen mogen verbinden aan het feit dat [eiser] in hoger beroep niet alsnog de brief van 7 oktober 2010 heeft overgelegd. Met betrekking tot het eerste hiervoor in randnummer 3.32 genoemde gevolg merk ik op dat het hof in dit verband nadrukkelijk verwijst naar art. 85 Rv. Ingevolge het eerste lid van deze bepaling is een partij die zich bij dagvaarding, conclusie of akte op enig stuk beroept, verplicht een afschrift van het stuk bij te voegen, tenzij een afschrift reeds bij een eerder processtuk in dezelfde zaak was gevoegd. Het hof overweegt dat [eiser] hiermee in strijd heeft gehandeld. Daarom gaat het hof voorbij aan de stelling van [eiser] dat zij in de betreffende brief aan de Inspecteur enkel heeft verzocht om uitstel van de termijn van investering. Mijns inziens heeft het hof hiermee geen rechtsregel overtreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3, en de alinea staat in dat document op bytes 84089 tot 85041.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3 | shasum -a 256