Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020
Onder 3.35 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:141.
Ook het vierde in randnummer 3.32 genoemde gevolg (het passeren van het bewijsaanbod) heeft het hof mijns inziens mogen inroepen, gelet op het belang van de inhoud van de brief van 7 oktober 2010, welk belang voor [eiser] kenbaar moet zijn geweest. In dit verband merk ik op dat [eiser] uit de overweging van de rechtbank in rov. 4.4.2. van het vonnis van 2 december 2015 zonder meer heeft kunnen afleiden dat zij in hoger beroep de betreffende brief zou moeten overleggen, wilde zij nog een kans maken dat haar vordering zou slagen. Zij heeft er om haar moverende redenen voor gekozen dit niet te doen. Daarvan draagt zij dan ook de gevolgen, waaronder het gevolg dat haar bewijsaanbod wordt gepasseerd. Van een onjuiste rechtsopvatting van het hof is geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3, en de alinea staat in dat document op bytes 86006 tot 86912.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3 | shasum -a 256