Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020

Onder 3.41 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:141.

Het subonderdeel licht dit vervolgens als volgt toe (zie p. 16 van de procesinleiding). [eiser] heeft aangevoerd dat de BV in die periode een herinvesteringsvoornemen had, dat dit blijkt uit de jaarstukken en dat zij dit kan bewijzen door het laten horen van getuigen. De getuigen worden bij de naam genoemd. Het hof miskent aldus dat het hof ook als civiele rechter een partij in de gelegenheid moet stellen getuigenbewijs te leveren indien hetgeen zij heeft gesteld en de wederpartij heeft betwist tot de beslissing van de zaak kan leiden (zie art. 166 lid 1 Rv). De rechter mag het aangeboden getuigenbewijs slechts passeren als het aanbod te vaag is en/of niet ter zake dienend. Volgens vaste jurisprudentie wordt de vraag of een aanbod voldoende specifiek is, beoordeeld aan de hand van de factoren die Uw Raad heeft genoemd in rov. 4.13 van HR 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL3262, NJ 2015/343 m.nt. T. Hartlief ( Vuurwerkramp Enschede ). Het subonderdeel sluit af met het argument dat, nu de stellingen van [eiser] zien op het herinvesteringsvoornemen en in het bewijsaanbod de namen van de getuigen worden genoemd, dit bewijsaanbod voldoende gespecificeerd en ter zake dienend is, zodat het hof dit bewijsaanbod, ook gelet op grief 10 en de toelichting daarop in randnummer 149. van de memorie van grieven, niet had mogen passeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3, en de alinea staat in dat document op bytes 96106 tot 97560.