Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020
Onder 3.48 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:141.
Met betrekking tot de stelling onder b. merk ik op dat het Nederlandse procesrecht geen rechtsregel van die strekking kent. In het kader van deze stelling wordt in de procesinleiding dan ook niet verwezen naar enige rechtsregel of naar rechtspraak. Het hof heeft mijns inziens, zonder daarbij een regel van Nederlands procesrecht te schenden, het bewijsaanbod van [eiser] kunnen passeren nu zij (in strijd met art. 85 lid 1 Rv en ondanks de wenk van de rechtbank, die het bewijsaanbod van [eiser] ook al passeerde) de belangrijke brief van 7 oktober 2010 niet in het geding heeft gebracht. Het hof was dus niet gehouden om ‘hoogstens’ uit te gaan van een bewijsvermoeden ten nadele van [eiser] ; het mocht verder gaan dan dat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3, en de alinea staat in dat document op bytes 104730 tot 105575.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3 | shasum -a 256