Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020

Onder 3.55 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:141.

Mijns inziens miskent het subonderdeel met deze klacht dat het hof alleen in rov. 3.10.7. art. 85 Rv, overigens op goede gronden (hiervoor randnummer 3.33), heeft toegepast naar aanleiding van het beroep dat [eiser] zelf heeft gedaan op de brief van 7 oktober 2010. In rov. 3.10.8. en 3.10.9. daarentegen is van toepassing van art. 85 Rv geen sprake. In rov. 3.10.8. heeft het hof overwogen dat [eiser] de conclusie dat uit de reactie van de Inspecteur van 22 november 2010 blijkt dat hij uit de inhoud van de brief heeft afgeleid dat er om zakelijke redenen geen investeringsvoornemen aanwezig was, onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken. In rov. 3.10.9. heeft het hof het bewijsaanbod van [eiser] gepasseerd, omdat het, als gevolg van het niet-indienen van de cruciale brief van 7 oktober 2010, niet ter zake dienend is. Nu het een en ander niet met art. 85 Rv van doen heeft, faalt de klacht. Van een onjuiste rechtsopvatting of een gebrekkige motivering door het hof is geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3, en de alinea staat in dat document op bytes 110174 tot 111176.