Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020

Onder 3.57 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:141.

Subonderdeel 2.2.6 klaagt, net als subonderdeel 2.2.3 onder I, over rov. 3.10.10. Het subonderdeel voert aan dat de overweging van het hof in rov. 3.10.10., dat het binnen de drie jaren termijn daadwerkelijk herinvesteren onvoldoende is om de belastingrechter anders te laten oordelen, onbegrijpelijk is, ook gelet op de voorgaande klachten van onderdeel 2.2. Het subonderdeel voert aan dat de daadwerkelijke herinvestering het argument van de inspecteur ondergraaft dat er onvoldoende liquide middelen aanwezig waren voor een herinvestering, één van de gronden waarop de inspecteur zijn oordeel doet steunen. Het subonderdeel verwijst in dit verband naar de tekst bij randnummer 59. van de memorie van grieven. Volgens het subonderdeel was dit, anders dan het hof overweegt, eens temeer een argument, waaruit de voortdurende herinvesteringsintentie (mede) kon worden afgeleid, nu daaruit inmiddels volgt dat [A] ( [A] BV) bereid en in staat was, toen bleek dat de inspecteur het gevraagde uitstel niet zou geven, toch binnen de termijn te herinvesteren (al was dit een minder aantrekkelijk pakket).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3, en de alinea staat in dat document op bytes 111528 tot 112725.