Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020

Onder 3.58 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:141.

In rov. 3.10.10. is het hof ingegaan op het argument van [eiser] dat zij daadwerkelijk tot herinvestering is overgegaan. Het hof heeft overwogen dat dit enkele feit echter onvoldoende is om met succes te betogen dat de belastingrechter anders zou hebben geoordeeld. ‘Anders’ betekent hier: dat de belastingrechter anders zou hebben overwogen dan het hof in rov. 3.10.9., eerste alinea, heeft ingeschat, dus dat de belastingrechter (omdat [eiser] feitelijk wel heeft geherinvesteerd) zou hebben overwogen dat [eiser] wel de bedoeling had om te herinvesteren. Ik zie echter niet in wat het hof hiermee verkeerd zou hebben gedaan. Terecht heeft het hof overwogen dat erom gaat of vanaf het moment van het vormen van de herinvesteringsreserve het voornemen tot herinvestering continu aanwezig is. Een daadwerkelijke investering doet er dus niet toe. Ik verwijs naar mijn beoordeling van subonderdeel 2.2.3 onder I (hiervoor randnummer 3.36). Ik merk overigens op dat het argument dat uit feit dat daadwerkelijk geherinvesteerd is een voortdurende herinvesteringsintentie kan worden afgeleid, niet opgaat. Dat daadwerkelijk geherinvesteerd is, kan immers zijn ingegeven door een ontwikkeling die heeft plaatsgevonden lange tijd na de beslissing om een herinvesteringsreserve aan te houden. Subonderdeel 2.2.6 faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3, en de alinea staat in dat document op bytes 112805 tot 114179.