Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020
Onder 3.63 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:141.
Hierop volgen de subonderdelen 2.3.2-I en 2.3.2-II. In subonderdeel 2.3.2-I wordt betoogd dat het ‘in dat kader’ dan ook rechtens onjuist en zonder nadere motivering onbegrijpelijk is dat het hof heeft geoordeeld dat [eiser] onvoldoende heeft gesteld om aannemelijk te maken dat een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in 2007 niet tot een advies had kunnen komen waarin art. 12a Wet Vpb niet werd genoemd. Het subonderdeel verwijst naar rov. 3.11. en 3.16. Het subonderdeel merkt op dat, zoals uit onderdeel 2.3.3 al naar voren kwam – dit onderdeel komt niet voor in de procesinleiding, ik vermoed dat subonderdeel 2.3.2 bedoeld is –, het al sinds 2001 geldend recht betreft en dat [eiser] (blijkens subonderdeel 2.3.2) heeft gesteld dat [verweerster 2] in alles meeliep en adviseerde. Bovendien is ook aangegeven dat hij ook in de volgende jaren daaromtrent niets heeft vermeld, terwijl het hof (uitsluitend) 2007 als meldingsmoment neemt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3, en de alinea staat in dat document op bytes 118472 tot 119485.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3 | shasum -a 256