Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020

Onder 3.66 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:141.

Mijns inziens treffen de verschillende, samenhangende klachten van het onderdeel geen doel. In rov. 3.9. heeft het hof overwogen dat het de stelling van [eiser] dat, indien het standpunt van [verweerster 2] , inhoudende dat het opnemen van een herinvesteringsreserve in strijd zou zijn met het bepaalde in art. 12a Wet Vpb, juist zou zijn, [verweerster 2] dan aansprakelijk is op grond van het opstellen van de onjuiste jaarstukken en het doen van onjuiste aangiften, kwalificeert als een, in hoger beroep ingediende, voorwaardelijke wijziging van eis. Vervolgens heeft het hof overwogen dat het aan een inhoudelijke beoordeling van deze voorwaardelijke eis pas toekomt, als wordt vastgesteld dat sprake is van strijd met art. 12a Wet Vpb (randnummer 2.12 hiervoor). In cassatie wordt hier niet over geklaagd. Het hof heeft vervolgens aangekondigd hierop terug te komen in rov. 3.16. van het arrest en dat heeft het hof ook gedaan. In rov. 3.16. heeft het hof overwogen dat nu in de procedure tussen [eiser] en [verweerster 2] niet in rechte is komen vast te staan dat de herinvesteringsreserve niet kon worden gevormd op grond van art. 12a Wet Vpb, het hof niet aan de gewijzigde eis toekomt (randnummers 2.25 en 2.26 hiervoor). Met deze overweging in rov. 3.16., heeft het hof teruggegrepen op hetgeen het heeft overwogen in rov. 3.10.11. (randnummer 2.20 hiervoor). Daar heeft het hof overwogen dat het causaal verband tussen de beroepsfout van [verweerster 2] en de schade onvoldoende aannemelijk is geworden, omdat de belastingrechter de aanslag vennootschapsbelasting in stand zou hebben gelaten op grond van het niet kunnen aantonen van het vereiste voornemen te herinvesteren. Het hof heeft daar voorts overwogen dat, omdat het causaal verband tussen de beroepsfout van [verweerster 2] en de schade onvoldoende aannemelijk is geworden, grief 12 van [eiser] , waarin zij betoogt dat de rechtbank ten onrechte niet meer toekomt aan de beoordeling of art. 12a Wet Vpb het vormen van de herinvesteringsreserve in de weg stond, niet slaagt. Het hof heeft met andere woorden overwogen dat, nu causaal verband ontbreekt tussen de beroepsfout van [verweerster 2] en de schade, het aan een inhoudelijke beoordeling van de vraag of art. 12a Wet Vpb het vormen van de herinvesteringsreserve in de weg stond, niet toekomt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3, en de alinea staat in dat document op bytes 120847 tot 123178.