Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:141.

- het er daarom voor moet worden gehouden dat de beroepsrechter bij een inhoudelijke behandeling het door [A] BV ingestelde beroep ongegrond zou hebben verklaard. Dat brengt met zich dat de situatie waarin [eiser] thans feitelijk verkeert dezelfde is als de hypothetische situatie waarin zij zou hebben verkeerd indien de fout niet zou zijn gemaakt en de beroepsprocedure wel inhoudelijk zou zijn gevoerd (rov. 4.4.4.);

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3, en de alinea staat in dat document op bytes 20472 tot 20905.