Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020
Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:141.
Met grief 2 heeft [eiser] betoogd dat de rechtbank ten onrechte heeft vastgesteld dat BDO destijds als accountant van [C] BV zou hebben opgetreden. BDO heeft aangegeven dat dit niet het geval is geweest. Het hof heeft dit in de vaststelling van de feiten aangepast. Omdat dit niet leidt tot een ander dictum, heeft het hof deze grief verder onbesproken gelaten (rov. 3.5.). Volgens grief 3 heeft de rechtbank ten onrechte vastgesteld dat [verweerster 2] op basis van een overeenkomst van opdracht als accountant werkzaam was voor [C] BV. [eiser] heeft in dit verband gesteld dat [verweerster 2] ook andere werkzaamheden in opdracht van voormelde BV heeft verricht. Het hof heeft deze grief verworpen, omdat de rechtbank niet heeft vastgesteld dat [verweerster 2] uitsluitend als accountant heeft gewerkt en bovendien gesteld noch gebleken is dat deze grief leidt tot een andere beslissing (rov. 3.6.).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3, en de alinea staat in dat document op bytes 24706 tot 25620.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/caf8d5830592f12a0eff1420b8e163c27c8ad1293b75076dbdaedbf7f93203c3 | shasum -a 256