Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020

Onder 1.4 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:144.

Bij tussenvonnis van 23 december 2015 heeft de rechtbank vastgesteld dat de tot de nalatenschap van moeder behorende effectenportefeuille, woning en de daaraan verbonden hypothecaire schuld reeds zijn afgewikkeld (rov. 4.3.2). Betreffende de resterende afwikkeling van de nalatenschap van moeder kan een viertal geschilpunten worden onderscheiden, waaronder de verdeling van de resterende goederen (rov. 4.3.3). Dat zijn de roerende zaken die partijen ieder onder zich hebben genomen dan wel zijn opgeslagen op 22 januari 2009, 13 februari 2009 en eind 2010 (rov. 4.7.5). Het ontbreekt de rechtbank echter aan een totaaloverzicht welke roerende zaken tot de nalatenschap van moeder behoren en welke door ieder van de erfgenamen onder zich zijn genomen (rov. 4.7.6). De rechtbank heeft, voor zover thans van belang, onder meer als volgt overwogen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17c48dd867f7ba9e7bb67ea7934c7268181698b1d4063cb6c3ac3404abcf63ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17c48dd867f7ba9e7bb67ea7934c7268181698b1d4063cb6c3ac3404abcf63ee, en de alinea staat in dat document op bytes 11532 tot 12455.