Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:161.

Fasering van besluitvorming kan dus de effectiviteit van de medezeggenschap ten goede komen. Zij mag echter niet verder gaan dan nodig: het eindeloos ‘opknippen’ van een besluit kan ertoe leiden dat er geen adviesplichtig besluit in de zin van art. 25 lid 1 WOR meer overblijft, dan wel dat het gevraagde advies geen wezenlijke invloed meer kan uitoefenen op de besluitvorming. In de wetsgeschiedenis is opgemerkt dat met art. 25 lid 2 WOR is beoogd “te bevorderen dat de ondernemingsraad in een zo vroeg mogelijk stadium wordt geraadpleegd”. Toegespitst op ondernemingsraden bij de overheid is opgemerkt dat inschakeling van de ondernemingsraad ten aanzien van de personele gevolgen op het moment dat het politieke besluit nog niet is genomen, “in het algemeen aanbeveling kan verdienen”, met name in het geval dat het politieke besluit wordt genomen op hetzelfde niveau als waar de gevolgen daarvan voor het personeel zich manifesteren. Sommige auteurs hebben in het licht hiervan kritiek geuit op de in alinea 2.7 besproken tendens om medezeggenschap bij overheden in een later stadium te situeren dan bij particuliere ondernemingen. In het verlengde hiervan is betoogd dat ingrijpen van de wetgever nodig is om te voorkomen dat de medezeggenschap bij de overheid wordt uitgehold.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bdf5fae893404e843d70150fff185b38365a60224ac5863d1f1cc227a8808da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bdf5fae893404e843d70150fff185b38365a60224ac5863d1f1cc227a8808da, en de alinea staat in dat document op bytes 29626 tot 31254.