Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020
Onder 2.22 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:161.
De klacht luidt dat de beslissing in rov. 3.5 onvoldoende is gemotiveerd in het licht van een door GOR Rijk in het geding gebrachte brief van de minister van 7 juni 2011 aan de Ministerraad (productie 9 bij inleidend verzoekschrift). In die brief is door de minister opgemerkt dat “als de uitkomsten van bestuurlijk overleg bekend zijn”, een adviesaanvraag zal worden ingediend bij de Tijdelijke Ondernemingsraad Rijk (TOR), een voorganger van GOR Rijk. Volgens de klacht blijkt hieruit dat de minister “zelf heeft bevestigd dat bij huisvestingsbeslissingen als hier aan de orde (…) sprake zal zijn van betrokkenheid van de medezeggenschap”. Deze “essentiële stelling” heeft de Ondernemingskamer volgens GOR Rijk ten onrechte onbesproken gelaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bdf5fae893404e843d70150fff185b38365a60224ac5863d1f1cc227a8808da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bdf5fae893404e843d70150fff185b38365a60224ac5863d1f1cc227a8808da, en de alinea staat in dat document op bytes 46861 tot 47636.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3bdf5fae893404e843d70150fff185b38365a60224ac5863d1f1cc227a8808da | shasum -a 256