Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020

Onder 2.27 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:161.

Het middel vermeldt overigens geen vindplaatsen van stellingen in de procedure bij de Ondernemingskamer die een bestrijding inhielden van de onder (i) en (ii) vermelde argumenten. Een beroep op (de mogelijkheid van) definitieve personele gevolgen zoals in cassatie aangevoerd, zou GOR Rijk bovendien alleen kunnen baten, indien en voor zover gezegd zou kunnen worden dat het bestreden besluit “strekt tot, of in het bijzonder gericht is op” de regeling van zulke personele gevolgen (zie alinea 2.7). Dát heeft GOR Rijk – ook in cassatie – niet aangevoerd. De klachten komen erop neer dat definitieve personele gevolgen niet uitgesloten zijn. Zulke (mogelijk) aan het bestreden besluit inherente personele gevolgen zijn onvoldoende voor de toepassing van de ‘uitzondering op de uitzondering’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3bdf5fae893404e843d70150fff185b38365a60224ac5863d1f1cc227a8808da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3bdf5fae893404e843d70150fff185b38365a60224ac5863d1f1cc227a8808da, en de alinea staat in dat document op bytes 53286 tot 54301.