Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2020
Onder 7.2.2 Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:175.
“dat toch, indien de aard van de overeenkomst, de verkeersopvattingen of de redelijkheid van een bepaald geval geen aanwijzing opleveren voor het tegendeel, als regel valt aan te nemen dat de schuldenaar van een resultaatsverbintenis er voor heeft in te staan dat het materiaal waarvan hij zich voor de uitvoering van zijn verbintenis bedient, in het algemeen de eigenschappen bezit die dit voor dit doel geschikt doen zijn;”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d83febb217800c2e384eb18c7c886f1c42a0b27c1683d4591317ccbe23f73b07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d83febb217800c2e384eb18c7c886f1c42a0b27c1683d4591317ccbe23f73b07, en de alinea staat in dat document op bytes 87333 tot 87775.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d83febb217800c2e384eb18c7c886f1c42a0b27c1683d4591317ccbe23f73b07 | shasum -a 256