Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2020

Onder 9.22 Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:175.

Een overeenkomst heeft echter niet alleen de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen, maar ook die welke, naar de aard van de overeenkomst, uit de wet, de gewoonte of de redelijkheid en billijkheid voortvloeien (artikel 6:248 lid 1 BW). Het gaat uiteindelijk om de afbakening van een bij de betreffende overeenkomst passende risicosfeer. Daarom is denkbaar dat uit de overeenkomst voortvloeit dat de schuldenaar in beginsel in bepaalde gevallen een verbintenis heeft om in te staan voor de geschiktheid van bepaalde hulpzaken. Via artikel 6:248 lid 1 BW kan aldus plaats worden ingeruimd voor een op het geval toegesneden variant van de in 9.15 bedoelde eerste opvatting, ook zonder dat die eerste opvatting tot algemeen uitgangspunt wordt verheven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d83febb217800c2e384eb18c7c886f1c42a0b27c1683d4591317ccbe23f73b07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d83febb217800c2e384eb18c7c886f1c42a0b27c1683d4591317ccbe23f73b07, en de alinea staat in dat document op bytes 153300 tot 154067.