Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2020
Onder 12.96 Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:175.
Voor gevallen waarin de vordering van appellant in eerste aanleg integraal is afgewezen heeft de Hoge Raad uitgemaakt dat een appellant geheel in het ongelijk wordt gesteld indien het door hem bestreden vonnis in hoger beroep wordt bekrachtigd, ook al is dat op andere gronden dan in eerste aanleg. Dat een of meer grieven van de appellant slagen, is dan geen reden voor kostencompensatie. De vraag of een partij in het ongelijk is gesteld, wordt dus formeel beoordeeld aan de hand van een dictum van de uitspraak, niet aan de hand van het lot van de grieven. Indien dit het geval is wanneer een partij in eerste aanleg en in hoger beroep wordt geconfronteerd met een afwijzing van haar vordering, zal dit zeker ook gelden wanneer haar vordering in eerste aanleg wordt afgewezen en in hoger beroep wordt toegewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d83febb217800c2e384eb18c7c886f1c42a0b27c1683d4591317ccbe23f73b07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d83febb217800c2e384eb18c7c886f1c42a0b27c1683d4591317ccbe23f73b07, en de alinea staat in dat document op bytes 324183 tot 325203.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d83febb217800c2e384eb18c7c886f1c42a0b27c1683d4591317ccbe23f73b07 | shasum -a 256