Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2020
Onder 3.1 Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:175.
Op 8 juli 2009 heeft [verweerder] het Radboudumc voor de rechtbank Arnhem gedagvaard. Zijn vordering strekte, kort gezegd, tot vergoeding van alle materiële en immateriële schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, veroorzaakt door de in zijn rechteroog aangebrachte Miragelplombe die uiteindelijk zijn oog zowel in- als uitgezwollen is en een netvliesdefect heeft veroorzaakt. Hieraan heeft [verweerder] – na eiswijziging – ten grondslag gelegd dat het Radboudumc aansprakelijk is op basis van: het gebruik van een ongeschikte zaak, tekortschieten in de informatie- en dossierplicht, het ontbreken van toestemming en het niet handelen als een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot. Hij beriep zich daarbij op artikel 6:77 BW, op het vóór 1 april 1995 geldende ongeschreven recht dat volgens hem inhoudelijk overeenstemt met de vanaf die datum in werking getreden Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst (afdeling 7.7.5 BW), en wat betreft de nazorg ook rechtstreeks op afdeling 7.7.5.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d83febb217800c2e384eb18c7c886f1c42a0b27c1683d4591317ccbe23f73b07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d83febb217800c2e384eb18c7c886f1c42a0b27c1683d4591317ccbe23f73b07, en de alinea staat in dat document op bytes 24439 tot 25608.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d83febb217800c2e384eb18c7c886f1c42a0b27c1683d4591317ccbe23f73b07 | shasum -a 256