Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2020

Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:18.

- in het licht van de juiste juridische grondslag (art. 7:961 lid 3 BW) had het hof overeenkomstig de maatstaf van art. 3:310 lid 1 BW moeten nagaan op grond van alle ter zake dienende omstandigheden – waaronder evenwel niet een hoofdelijk schuldenaarschap – wanneer de verjaringstermijn met betrekking tot de rechtsvordering van Reaal een aanvang heeft genomen. Het hof heeft, door dit niet te doen doch in plaats daarvan het verjaringsregime met betrekking tot hoofdelijk schuldenaren te hanteren, blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, althans het recht verkeerd toegepast (randnummer 3.4. van de procesinleiding);

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bbd395e71cf4fafad2b9666e4b87aea8dc24f89683e219b0e85bd4964b9a4c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bbd395e71cf4fafad2b9666e4b87aea8dc24f89683e219b0e85bd4964b9a4c2, en de alinea staat in dat document op bytes 53835 tot 54478.