Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2020
Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:18.
iv. weliswaar in art. 3:310 lid 1 BW de opeisbaarheid van de vordering niet uitdrukkelijk als voorwaarde voor het gaan lopen van de korte verjaringstermijn wordt genoemd, maar zulks wel ligt besloten in de eis van bekendheid met de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon, en in de genoemde eis dat de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering tot vergoeding van schade in te stellen;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bbd395e71cf4fafad2b9666e4b87aea8dc24f89683e219b0e85bd4964b9a4c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bbd395e71cf4fafad2b9666e4b87aea8dc24f89683e219b0e85bd4964b9a4c2, en de alinea staat in dat document op bytes 61650 tot 62102.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7bbd395e71cf4fafad2b9666e4b87aea8dc24f89683e219b0e85bd4964b9a4c2 | shasum -a 256