Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2020

Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:18.

De eerste lezing wordt door Centraal Beheer weergegeven in randnummer 4.2. van de procesinleiding : indien rov. 5.4 van het eindarrest zo moet worden gelezen dat volgens het hof pas enige regresvordering is ontstaan op het moment van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst in 2006, getuigt dit van een onjuiste rechtsopvatting omdat met betrekking tot de eerdere betalingen in 2001 en 2005 reeds een regresvordering is ontstaan. Ongeacht de kwalificatie van dergelijke betalingen (voorschot- of deelbetaling), geldt volgens Centraal Beheer dat Reaal een opeisbare verhaalsvordering had ter zake van die betalingen. Door in afwijking hiervan te oordelen dat pas enige regresvordering zou zijn ontstaan op het moment van het aangaan van de vaststellingsovereenkomst, is het hof uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bbd395e71cf4fafad2b9666e4b87aea8dc24f89683e219b0e85bd4964b9a4c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bbd395e71cf4fafad2b9666e4b87aea8dc24f89683e219b0e85bd4964b9a4c2, en de alinea staat in dat document op bytes 68801 tot 69711.