Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2020
Onder 4.5 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:18.
Ten aanzien van de behandeling van deze subonderdelen stel ik het volgende voorop. Art. 6:119 lid 1 BW bepaalt dat een schuldeiser aanspraak kan maken op wettelijke rente over de periode dat de schuldenaar in verzuim is met de voldoening van een geldsom. Overeenkomstig art. 6:81 BW is de schuldenaar in verzuim gedurende de tijd dat de prestatie uitblijft nadat zij opeisbaar is geworden en aan de eisen van art. 6:82 BW en 6:83 BW is voldaan (behalve voor zover de vertraging hem niet kan worden toegerekend of nakoming reeds blijvend onmogelijk is). Hoofdregel is dat het verzuim intreedt doordat de schuldenaar de bij een ingebrekestelling gegeven redelijke termijn om alsnog na te komen onbenut heeft gelaten (art. 6:82 lid 1 BW). Op deze hoofdregel bestaat een aantal uitzonderingen waarvan de belangrijkste verzuim van rechtswege (dus zonder ingebrekestelling) betreft ingevolge art. 6:83 BW, dat overigens geen limitatieve opsomming van gevallen betreft. In onderdeel 1 staan de gevallen centraal waarin verzuim intreedt zonder ingebrekestelling ex art. 6:83 aanhef en sub b en sub c BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bbd395e71cf4fafad2b9666e4b87aea8dc24f89683e219b0e85bd4964b9a4c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bbd395e71cf4fafad2b9666e4b87aea8dc24f89683e219b0e85bd4964b9a4c2, en de alinea staat in dat document op bytes 101194 tot 102303.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7bbd395e71cf4fafad2b9666e4b87aea8dc24f89683e219b0e85bd4964b9a4c2 | shasum -a 256