Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2020
Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:18.
Het eerste subonderdeel van onderdeel 1 treft mijns inziens doel. In randnummers 2.13. en 2.22. van de inleidende dagvaarding heeft Reaal (onder verwijzing naar overgelegde correspondentie) gesteld dat Centraal Beheer van meet af aan heeft geweigerd om dekking te verlenen en zich van meet af aan op het standpunt heeft gesteld dat zij voor zichzelf geen taak zag weggelegd omdat volgens haar de schade van [betrokkene 1] binnen de verzekerde periode van Reaal was veroorzaakt en ontstaan. Reaal heeft vervolgens in haar comparitieaantekeningen in eerste aanleg het volgende aangevoerd: “3.8. Ter zake het tijdstip waarop de wettelijke rente is gaan lopen, merk ik op dat zulks vanaf de betaling in 2006 was. Immers, reeds vele malen voordien had Centraal Beheer aangegeven dat zij niets onder haar polis zou betalen en is het verzuim aldus ingetreden zonder ingebrekestelling op grond van artikel 6:83 aanhef en sub c BW.” Uit het proces-verbaal van de comparitie in eerste aanleg volgt dat Centraal Beheer niet op deze stelling van Reaal heeft gereageerd, terwijl uit datzelfde processtuk wel blijkt dat Centraal Beheer expliciet heeft gereageerd op de omvang van de schade. Ook in hoger beroep heeft zij deze stelling van Reaal niet betwist. Centraal Beheer heeft in feitelijke instanties ‘slechts’ aangevoerd dat voor het verschuldigd zijn van wettelijke rente vereist is dat de schuldenaar door de regresnemer in gebreke is gesteld waarbij zij heeft geciteerd uit een kroniek van Engelhard uit 2007. Uit het door Centraal Beheer weergegeven citaat volgt dat de betwisting van Centraal Beheer ziet op toepasselijkheid van art. 6:83 aanhef en sub b BW en niet op de toepassing van het door Reaal aangevoerde art. 6:83 aanhef en sub c BW. In cassatie voert Centraal Beheer ook geen op art. 6:83 aanhef en sub c BW betrekking hebbende verweren aan (met daarbij vermeld vindplaats(en) in de gedingstukken) die zij zou hebben ingenomen in feitelijke instanties.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bbd395e71cf4fafad2b9666e4b87aea8dc24f89683e219b0e85bd4964b9a4c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bbd395e71cf4fafad2b9666e4b87aea8dc24f89683e219b0e85bd4964b9a4c2, en de alinea staat in dat document op bytes 102382 tot 104591.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7bbd395e71cf4fafad2b9666e4b87aea8dc24f89683e219b0e85bd4964b9a4c2 | shasum -a 256