Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2020

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:208.

10. Het hof ziet dat steunbewijs in de eerste plaats in de verklaring van de verdachte, in zoverre hij daarin ‘niet betwist dat hij met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] optrok’. En het wijst erop dat de oma van [slachtoffer 1] ‘daarover’ heeft verklaard op basis van wat zij van [slachtoffer 1] heeft gehoord. Beide verklaringen zijn niet terug te leiden op (verklaringen van) [slachtoffer 2] . Het hof memoreert ook dat [slachtoffer 1] tegen haar oma heeft gezegd dat de verdachte met [slachtoffer 2] heeft getongzoend en dat [slachtoffer 2] dat ook heeft verklaard. Het hof overweegt vervolgens dat de ontucht met [slachtoffer 2] niet een geïsoleerd voorval betrof, maar plaatsvond in een periode waarin de verdachte zedendelicten pleegde met zijn eigen dochtertje (feit 2) en de jongen [slachtoffer 4] (feit 3). En het stelt vast dat de verklaring van [slachtoffer 2] dat het schaamhaar van de verdachte ‘blondig’ is steun vindt in foto’s in een fotomap waaruit blijkt dat het schaamhaar inderdaad blond is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86de267ccb5e470cbe2e2c4842b2e2b09d7819a77b0a9d3a2024c4eb2f0dbfea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86de267ccb5e470cbe2e2c4842b2e2b09d7819a77b0a9d3a2024c4eb2f0dbfea, en de alinea staat in dat document op bytes 24539 tot 25579.