Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2020
Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:219.
12. Aldus geeft het middel aanleiding om bij de strekking van de rechtsoverwegingen uit het arrest van de Hoge Raad van 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1071, NJ 2018/415 langer stil te staan. De toepassing van deze rechtsoverwegingen op de omstandigheden van het concrete geval, geeft de indruk dat het vereiste dat de bezwaren berusten op een welbepaalde godsdienst of levensovertuiging tamelijk restrictief moet worden opgevat en aldus verstrekkende consequenties hebben zal. De Hoge Raad gaat in rechtsoverweging 2.5 niet voorbij aan het casuïstische karakter van zijn oordeel (“Hetgeen door de verdachte in de onderhavige zaak in appel is aangevoerd”), zijn oordeel dat het aangevoerde “bezwaarlijk kan worden aangemerkt als aan een welbepaalde godsdienstige overtuiging of levensbeschouwing ontleende, overwegende bedenkingen” moet echter mede worden begrepen in het licht van de – een half jaar eerder nog door de Hoge Raad in zijn arrest van 12 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3111 herhaalde – rechtsregel dat de rechter niet behoort te treden in het gewicht van de bedenkingen. In het kader van dat niet verlaten uitgangspunt, komt de nadruk in deze deeloverweging niet te liggen op de overwegende mate van de bedenkingen, die immers voor de rechter niet toetsbaar is, maar op het “aan een welbepaalde godsdienstige overtuiging of levensbeschouwing ontleend” zijn daarvan. Het is díe maatstaf waaraan de Hoge Raad het door de holistisch georiënteerde verdachte aangevoerde betrekkelijk indringend toetst; het is niet zo dat de Hoge Raad de overwegingen van het hof in die zin verstaat dat het hof de bedenkingen van de verdachte als niet aan een welbepaalde godsdienstige overtuiging of levensbeschouwing ontleend heeft beschouwd, welk oordeel dan niet onbegrijpelijk zou zijn. De Hoge Raad stelt zelf vast dat het aangevoerde bezwaarlijk kan worden aangemerkt als aan een welbepaalde godsdienstige overtuiging of levensbeschouwing ontleend. Voorzichtig lijkt daaruit te kunnen worden opgemaakt dat de ruimte voor een geslaagd beroep op de exceptie op grondslag van aan het holisme ontleende bezwaren zeer beperkt is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3fb13ac0dbf1d183445231a34da42ae07e2a7999f884b1c7b50712d07948ab7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3fb13ac0dbf1d183445231a34da42ae07e2a7999f884b1c7b50712d07948ab7, en de alinea staat in dat document op bytes 26111 tot 28405.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3fb13ac0dbf1d183445231a34da42ae07e2a7999f884b1c7b50712d07948ab7 | shasum -a 256