Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2020

Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:219.

Meermalen is dan ook beweerd, dat juist daarom de vrijstelling overbodig is. Indien – zoo is gevraagd – reeds thans op dorpen, waar nog geen kerkelijke school is, voorstanders van eene kerkelijke school hunne kinderen zenden naar de openbare school, hoe kan het dan gewetensdwang zijn, hen te dwingen tot iets, wat zij zonder leerplicht reeds vrijwillig doen? Het antwoord daarop is, dat juist waar het vaststaat, dat slechts weinigen van de vrijstelling zullen gebruik maken, er te minder bedenking kan zijn, om door opneming van deze bepaling te gemoet te komen aan een bezwaar, dat velen in den lande tegen leerplicht hebben, en dat, werd daarmede geene rekening gehouden, een dergelijke wet in de oogen van duizenden terstond tot een partijwet zou stempelen. Trouwens het antwoord op de vraag, of een vrijstelling gewenscht is, mag niet in de eerste plaats hiervan afhankelijk zijn, of er velen of weinigen gebruik van zullen maken, maar ook hiervan of zij billijk en rechtvaardig is en of zij kan worden toegestaan zonder groote belangen in gevaar te brengen.’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3fb13ac0dbf1d183445231a34da42ae07e2a7999f884b1c7b50712d07948ab7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3fb13ac0dbf1d183445231a34da42ae07e2a7999f884b1c7b50712d07948ab7, en de alinea staat in dat document op bytes 44390 tot 45475.