Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2020
Alinea 98 Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:219.
‘Onder „overwegend bezwaar tegen de richting van het onderwijs” moet worden verstaan een bezwaar dat zwaarder weegt dan het nadeel dat het kind in het geheel geen onderwijs krijgt. Dit is een zo persoonlijke zaak, dat een zuivere beoordeling door de een of andere instantie, naar de mening van de ondergetekende nauwelijks mogelijk is. Hij wijst erop, dat beoordeling van deze vrijstellingsgrond ook onder de huidige Leerplichtwet niet is toegestaan. Ook bij de toekenning van een tegemoetkoming in de vervoerskosten ingevolge artikel 13 van de Lager-onderwijswet 1920 mogen burgemeester en wethouders de bezwaren tegen de richting van dichterbij gelegen scholen niet nader onderzoeken. Gezien het geringe aantal gevallen van vrijstelling wegens bezwaren tegen de richting behoeft naar de mening van de ondergetekende geen misbruik te worden gevreesd.’
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3fb13ac0dbf1d183445231a34da42ae07e2a7999f884b1c7b50712d07948ab7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3fb13ac0dbf1d183445231a34da42ae07e2a7999f884b1c7b50712d07948ab7, en de alinea staat in dat document op bytes 53690 tot 54563.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3fb13ac0dbf1d183445231a34da42ae07e2a7999f884b1c7b50712d07948ab7 | shasum -a 256