Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:234.

Het subonderdeel berust op een onjuiste lezing van rov. 2.13. In het hierboven onder 2.17 geciteerde gedeelte van rov. 2.13 heeft het hof immers het oog op het door [eiser] aangevoerde verweer tegen het beroep van [verweerster] op art. 3:35 BW (zie hierboven bij de behandeling van subonderdeel Ia). Dit verweer bestaat enerzijds uit de in rov. 2.11 en 2.12 weergegeven stellingen van [eiser] , die handelen over hetgeen zich op 4 januari 2014 heeft afgespeeld. Anderzijds heeft het hof in rov. 2.16 – in cassatie niet bestreden – geoordeeld dat het verweer van [eiser] ook betrekking heeft op de inhoud van de gemaakte afspraken, hetgeen het hof vervolgens in de rov. 2.17 e.v. heeft beoordeeld. Het subonderdeel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac, en de alinea staat in dat document op bytes 43986 tot 44723.