Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:234.

Subonderdeel IIb klaagt dat indien het hof niet heeft miskend dat ook feiten van na het moment van tekenen of van vóór de bewuste avond van 4 januari 2014 van belang kunnen zijn voor de beoordeling of [verweerster] gerechtvaardigd mocht vertrouwen op overeenstemming tussen wil en verklaring, het hof zijn oordeel in de rov. 2.13 tot en met 2.15 onvoldoende begrijpelijk heeft gemotiveerd. Het subonderdeel voert daartoe aan – zakelijk weergegeven en verbeterd gelezen – dat het hof niet (kenbaar) de in de procesinleiding onder a tot en met n genoemde door [eiser] aangedragen feiten in zijn beoordeling heeft betrokken, althans de vraag of de verklaring van [eiser] op een dienovereenkomstige wil berust, niet voldoende (begrijpelijk) heeft gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac, en de alinea staat in dat document op bytes 44803 tot 45687.