Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Onder 2.27 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:234.

Subonderdeel IIc klaagt dat het oordeel van het hof rechtens onjuist is dan wel niet naar de eisen der wet is gemotiveerd, nu ook feiten van vóór de rechtshandeling in kwestie kunnen meewegen bij de beoordeling of de wederpartij gerechtvaardigd vertrouwde op overeenstemming tussen wil en verklaring en [eiser] ter onderbouwing van de gestelde discrepantie tussen wil en vertrouwen en in het kader van de beoordeling van het gerechtvaardigd vertrouwen als bedoeld in art. 3:35 BW heeft gewezen op het hemelsbrede verschil tussen hetgeen waarop partijen de bewuste middag [elkaar] hadden gevonden , waarbij [eiser] [A] zou behouden, en hetgeen hij ’s avonds heeft ondertekend, toen enkel nog wat details zouden worden besproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac, en de alinea staat in dat document op bytes 46827 tot 47743.