Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Onder 2.28 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:234.

De motiveringsklacht faalt eveneens op de grond dat het hof, in cassatie niet bestreden, heeft vastgesteld dat partijen op 4 januari 2014 op twee momenten overleg hebben gehad en dat bij het tweede overleg een handgeschreven document is opgesteld waarin partijen afspraken hebben gemaakt en dat partijen hebben ondertekend (rov. 2.3). Deze schriftelijke overeenkomst is door het hof bestempeld als een vaststellingsovereenkomst (rov. 2.6). Uit deze overwegingen blijkt dat partijen elkaar tijdens de eerste sessie niet “hadden gevonden” in die zin dat er toen reeds een vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac, en de alinea staat in dat document op bytes 47957 tot 48593.