Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020
Onder 2.28 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:234.
Verder wijs ik erop dat vaststaat dat [eiser] weinig speelruimte meer had nu [verweerster] het faillissement van [eiser] had aangevraagd (rov. 2.17 en 2.11) en dat [betrokkene 2] zijn vader al eerder had gesmeekt van het eiland weg te gaan en met zijn toenmalige partner een nieuw leven op te bouwen waaraan met de overeenkomst gevolg werd gegeven (rov. 2.17 en rov. 2.7 onder c): inherent hieraan is dat [eiser] (de exploitatie van de) [A] zou moeten opgeven. Subonderdeel IIc faalt daarom in zijn geheel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac, en de alinea staat in dat document op bytes 48603 tot 49124.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac | shasum -a 256