Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Onder 2.31 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:234.

Indien de geestelijk gestoorde aantoont dat zijn verklaring onder invloed van de stoornis is gedaan, wordt zijn wil geacht te hebben ontbroken (art. 3:34 lid 1 BW, eerste volzin). Het is juist dat de tweede volzin van art. 3:34 lid 1 BW een (hulp)vermoeden biedt binnen het hiervoor genoemde vermoeden: indien de rechtshandeling voor de geestelijk gestoorde nadelig was, wordt de verklaring vermoed onder invloed van de stoornis te zijn gedaan. De bewijslast inzake de aanwezigheid van nadeel rust op de gestoorde en de woorden “wordt vermoed” geven aan dat dit hulpvermoeden weerlegbaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac, en de alinea staat in dat document op bytes 53534 tot 54206.