Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020
Onder 2.32 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:234.
Zoals bij de behandeling van subonderdeel Ia is vermeld, heeft het hof het verweer van [eiser] – dat hij tegen het beroep van [verweerster] op art. 3:35 BW heeft aangevoerd – beoordeeld. In dat kader heeft [eiser] gesteld dat [verweerster] niet te goeder trouw is afgegaan op zijn wilsverklaring “gelet op de voor [verweerster] kenbare, zeer nadelige gevolgen voor [eiser] ” (rov. 2.11). In rov. 2.18 grijpt het hof met de aanduiding “disproportioneel” terug op de door [eiser] gebruikte bewoordingen “zeer nadelige gevolgen”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac, en de alinea staat in dat document op bytes 54373 tot 54930.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac | shasum -a 256