Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Onder 2.35 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:234.

Subonderdeel IIIc klaagt dat het oordeel van het hof in rov. 2.18 dat [eiser] voor zijn investeringen in [A] krachtens overeenkomst een vordering zou toekomen op hypotheekhouder [betrokkene 1] , zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet (voldoende) begrijpelijk is. Volgens het subonderdeel heeft [eiser] naar voren gebracht dat die aanspraak alleen geldt bij de overeenkomst van 2011, en dan nog slechts omdat [eiser] het eerste kooprecht heeft. Ter onderbouwing verwijst [eiser] naar pagina 5 van het proces-verbaal van comparitie van partijen van 30 oktober 2018.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac, en de alinea staat in dat document op bytes 56023 tot 56652.