Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Onder 2.43 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:234.

Ik behandel deze subonderdelen gezamenlijk. Daarbij stel ik voorop dat gehoudenheid aan de door de verklaring opgewekte schijn onder bijzondere omstandigheden onaanvaardbaar kan zijn. Dit zal zich vooral voordoen indien enerzijds de rechtshandeling voor degene die de onjuiste verklaring heeft afgelegd ernstig nadelig is en anderzijds de wederpartij er behoorlijk op vooruitgaat (terwijl in de gegeven omstandigheden noch het nadeel noch het voordeel valt te rechtvaardigen). De beperkende werking van redelijkheid en billijkheid kan dan in de weg staan aan een geslaagd beroep op art. 3:35 BW. Deze werking zal evenwel niet spoedig worden aangenomen met het oog op de zekerheid van het stelsel van art. 3:35 en 3:11 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac, en de alinea staat in dat document op bytes 65280 tot 66142.