Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Onder 2.44 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:234.

[eiser] heeft in de toelichting op zijn vijfde grief “uiterst subsidiair” een beroep gedaan op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, “zulks met name in de context van het bepaalde in artikel 3:298 jo 6:248 lid 2 BW”. De toelichting op de grief is toegespitst op de stelling dat en waarom [eiser] niet aan de afstand van het hem toekomende oudste recht op levering kan worden gebonden. In dat kader heeft hij gesteld dat hij “in een zeer labiele toestand [–] een onduidelijk ‘geschrift’ [heeft] ondertekend”, waardoor hij niet alleen afstand zou hebben gedaan van zijn recht op levering van [A] , maar ook van zijn aanspraken uit hoofde van de boedelscheiding en zijn enige bron van inkomsten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac, en de alinea staat in dat document op bytes 66222 tot 67167.