Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Onder 2.46 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:234.

Voor zover het onderdeel de klacht bevat dat het hof de in het kader van het verweer tegen het beroep op art. 3:35 BW aangevoerde stellingen met betrekking tot anterieure en posterieure feiten, die in de subonderdelen IIb en IIc worden genoemd, ook als in het kader van art. 6:248 lid 2 BW aangevoerde argumenten had moeten beoordelen, faalt het omdat in het oordeel van het hof ligt besloten dat genoemde stellingen ook in het kader van het beroep op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid worden verworpen en het onderdeel niet motiveert waarom dit onbegrijpelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac, en de alinea staat in dat document op bytes 68073 tot 68670.