Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:234.
Aanleiding voor het opperen van deze mogelijkheid is de slotzin van rov. 2.11 waarin het hof, in het kader van de bespreking van de eerste grief van [eiser] , diens stelling aanhaalt dat [verweerster] volgens hem niet te goeder trouw is afgegaan op de wilsverklaring, bestaande uit de handtekening die [eiser] ’s avonds laat kennelijk heeft gezet. In rov. 2.12 geeft het hof weer hoe [eiser] deze stelling motiveert, te weten aan de hand van diverse verklaringen waaruit blijkt dat hij zich na het diner op 4 januari 2014 als vreemd, verward en afwezig gedroeg en door een combinatie van Oxazepam en alcohol niet meer helder van geest was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac, en de alinea staat in dat document op bytes 28003 tot 28659.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb735cce3fb045350343019979b1359d17570363e935b6f7d546ab6fd75526ac | shasum -a 256