Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020
Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:240.
De voorgaande beschouwingen waren toegespitst op de verhouding tussen de hoofdprocedure enerzijds en de schadestaatprocedure anderzijds. In dit geding gaat het om de verhouding tussen opeenvolgende schadestaatprocedures onderling. In een arrest van de Hoge Raad uit 1969 is de mogelijkheid aanvaard van opeenvolgende schadestaatprocedures, voor gevallen waarin “onzeker is welke schade door de gelaedeerde in de toekomst zal worden geleden”. Volgens de Hoge Raad is dit in overeenstemming met de strekking van de wettelijke regeling, doordat enerzijds de benadeelde niet te lang geheel verstoken blijft van de hem toekomende schadevergoeding, terwijl anderzijds de rechter de schadeomvang pas definitief behoeft vast te stellen nadat “meer zekerheid omtrent de schadefactoren is verkregen”. In zijn hieraan voorafgaande conclusie verduidelijkte de advocaat-generaal Berger dat, zolang niet volledig aan de veroordeling in de hoofdprocedure is voldaan, de tenuitvoerlegging langs de weg van een schadestaatprocedure blijft “dreigen”. Hij maakte hierbij wel de kanttekening dat de eisen van een goede procesorde in de weg kunnen staan aan “een nodeloze (…) willekeurige splitsing van de geleden en/of te lijden schade over verschillende staten”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fc77fc3feb5000aae89dbd2c6f3473a31c611b623ac15e1f7a12ec78d4dae1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fc77fc3feb5000aae89dbd2c6f3473a31c611b623ac15e1f7a12ec78d4dae1f, en de alinea staat in dat document op bytes 30057 tot 31395.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fc77fc3feb5000aae89dbd2c6f3473a31c611b623ac15e1f7a12ec78d4dae1f | shasum -a 256