Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020
Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:240.
“Bij dit alles veronderstel ik overigens, dat de uitspraak in de schadestaatprocedure in de daarna gevolgde hoofdprocedure als ‘ander geding’ in de zin van art. 67 Rv [lees thans: art. 236 Rv, toevoeging plv. P-G] gezag van gewijsde kan hebben, hetgeen zeker in het licht van het nieuwe art. 615a Rv (a contrario) enige goede wil vergt. Die goede wil is verdedigbaar nu de uitspraak in de schadestaatprocedure een eindarrest is, dat in kracht van gewijsde is gegaan (zie ook W.H. Heemskerk in zijn noot bij HR 19 dec. 1975 (Kaak/Medze), NJ 1976, 570 i.f.). Daar staat echter tegenover, dat de procedure na verwijzing een geheel vormt met de procedure voor verwijzing en men de einduitspraak in de schadestaatprocedure dan ook beter procesgelding ‘binnen het geding’ dan gezag van gewijsde ‘in een ander geding’ zou kunnen toekennen (…).”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fc77fc3feb5000aae89dbd2c6f3473a31c611b623ac15e1f7a12ec78d4dae1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fc77fc3feb5000aae89dbd2c6f3473a31c611b623ac15e1f7a12ec78d4dae1f, en de alinea staat in dat document op bytes 41905 tot 42773.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fc77fc3feb5000aae89dbd2c6f3473a31c611b623ac15e1f7a12ec78d4dae1f | shasum -a 256