Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020
Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:240.
Evenmin als Asser lijkt Snijders te betwijfelen dát de uitkomst van een schadestaatprocedure bindend is in een latere schadestaatprocedure tussen dezelfde partijen over dezelfde schadepost. De vraag is waarop die binding berust: op het gezag van gewijsde of op de leer van de bindende eindbeslissing. De advocaat-generaal Berger ging in zijn conclusie voor het voormelde arrest van 28 november 1969 uit van het gezag van gewijsde, evenals Asser in zijn conclusie voor het zo-even besproken arrest uit 1990. Tjong Tjin Tai geeft in zijn monografie over de schadestaatprocedure de voorkeur aan de leer van de bindende eindbeslissing. Hij gebruikt het argument dat de schadestaatprocedure ten opzichte van de hoofdprocedure “geen afzonderlijk geding” is en dat dit dan ook zou gelden voor opeenvolgende schadestaatprocedures, “die in zoverre als één procedure moeten worden beschouwd”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fc77fc3feb5000aae89dbd2c6f3473a31c611b623ac15e1f7a12ec78d4dae1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fc77fc3feb5000aae89dbd2c6f3473a31c611b623ac15e1f7a12ec78d4dae1f, en de alinea staat in dat document op bytes 42872 tot 43970.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fc77fc3feb5000aae89dbd2c6f3473a31c611b623ac15e1f7a12ec78d4dae1f | shasum -a 256